ZOMERS KERSTFRUIT
[* Zomers gedicht nr. III in het bewust bedoeld absurde]

Een zomer
die het onverwacht
en hopelijk tijdelijk
laat afweten,
een zomer
die me danig teleurstelt,
jawel, zeker weten,
elders schijnt overal de zon
volop en uitbundig
en dreigt soms zelfs
alleen onder te willen gaan
in een vlammenzee.
Hier
domineren wolkendekens
met broeikaseffecten,
ik loop in het stadspark
onverhoeds zowaar
tegen een forse sparrenboom op,
fel groen, nergens een verkleuring
volledig versierd met
in de briesjes wiegende briefjes,
keurig vastgeknoopt
met stukjes roodkleurig touw,
het geheel gelijkend
op een kunstzinnige installatie
ter stimulering
van de verbeeldingskracht
van voorbijgangers.
Eerste kerstboomboodschap:
had je mij maar
niet open gevouwen,
mijn letters kunnen het daglicht
niet goed verdragen,
bovendien heb ik werkelijk
niets inhoudelijks te zeggen.
Mijn briefje had beter
blanco kunnen blijven.
Ik weet niet eens meer
waarom ik dit kattebebelletje
heb geschreven.
Tweede sparrenboombriefje:
eigenlijk durf ik dit niet
aan het maagdelijke papier
toe te vertrouwen,
maar ik ben zo bang
voor alle [eventueel]
nog komende zomers,
met god mag weten
welke hitte, droogte, tekorten,
ruzies, conflicten en doden,
vouw mij liever
maar meteen weer op.
Ik doe alsof ik
van niets weet
noch geweten heb.
Mijn naam is kerstbal.
Derde naaldboombriefje:
god liet het de afgelopen tijd
sowieso afweten,
zijn nog ongeboren zoon
zag zijn geboorte niet zitten,
hij had nog
om een tijdige abortus gevraagd,
maar bleef ongehoord
noch werd zijn wens verhoord,
verdomd
en dat zou een gezellig
zomerkerstfeest moeten worden,
nou vraag ik je,
hoe dan in…….naam?
Vierde groenboombriefje:
Mijn gedachten gaan
naar niets en niemand meer uit,
vluchteling die ik ben
uit het Grote Berenrijk.
Na een onschuldige actie
in mijn lokale super
met plakbriefjes op artikelen
over de noodlottige oorlogspolitiek
van mijn land
[dat dus mijn land niet meer is
en nooit meer zal zijn]
moest ik overhaast en overnacht
op de vlucht
[om een traliebestaan of verbanning
te ontkomen]
naar het voor mij
volkomen vreemde westen.
Op de kerstboom beschouwd
ben ik een verdwaalde stateloze
zonder hoop op verandering
in mijn Land van Herkomst.
Papier en procedures
zijn overal
gekmakend geduldig.
Alle
andere kerstbriefjes
liet ik na lezing
van deze vierling ongelezen
en verder vergelen.
Wie verzint zo’n kunstwerk
voor een stadspark
dat verkoeling en ontspanning
hoort te bieden?
Dit kunstwerk biedt
goddomme
geen perspectief,
geen troost en nog minder
inspiratie of optimisme.
Opeens zie ik zo uit naar
sappig zomers fruit.
7 – 10 juni 2026