ZOMAAR ZEVEN
[Zowaar zeven verse verzen van gedicht nr. V
in het bewust bedoelde absurde,
voor een zomerse prijs]

1.
Een zomer
ontstegen aan Dantes hel
vuur en vlammen in dronken bui
vraatzuchtig op zoek
naar steeds weer wouden
bossen, huizen
en heidevelden.
2.
Ontketend vuur
opgejaagd door wisselende
en oersterke windvlagen
alle in wraakzuchtige buien.
Vergelding, de oerdrift
om alles te willen verbranden
vernietigen en voortjagen.
Een eindeloos einde
als het aan deze woeste
vlammenzeeën
zou liggen.
3.
Zo maar een zomer
en overal hels vuur
dat mensen wil confronteren
met zichzelf
en zijn leefgewoonten.
4.
Lekker zonnen
lekker luieren
lekker niets doen
niets moeten
alleen genieten
en je amuseren.
5.
We laten ons toch
niet gek maken
door al die opgeklopte
berichten en reportages
van de ochtend
tot de overbekende late avond
dag na dag.
Bekijk het effe, zeg.
Het valt per saldo
toch echt nog wel mee.
Wat een ondergangsprofeten.
6.
Elk jaar
zijn er weer natuurbranden.
Hier is helemaal
niks aan het handje.
Vanavond lekker BBQ’en
en gezellig wat drinken.
Samen
bij een gezellig kampvuur
te gekke muziek
lekker dansen.
Gewoon gezellig, geen gedoe
of moeilijk doen
zomeren, zomeren
eindeloos zomeren
en ons vooral nergens
om zorgen.
7.
Hé,
er komt goddomme
geen druppel water meer
uit de kraan,
nergens hier.
Wat krijgen we nou?
Da’s toch niet meer
normaal.
31 juli – 04 augustus 2026
Recente reacties