Tijd voor De Tijd

[ poëtische mijmering in vier verse verzen
met het getal 75 al in zicht]
Als De Tijd
die eindeloze tijd
verstrijkt en
eeuwigdurend wegtikt
en tikt en tikt
in de stilte van je thuis
of ergens
in de diepte
van de slapeloze nacht
dan krijg je vanzelf
voor niets en uit het niets
rillingen over je lijf
en een naargeestig
knagend gevoel
van onmacht
van overgeleverd zijn
aan de regelmaat
en discipline van
De Tijd.
En, in het besef
dat De Tijd
puur tegen jou werkt.
Weerloos ben je
tegenover De Tijd.
Jij kunt bij god niet op
tegen De Tijd.
Jij bent meer
dan een maat te klein.
Bij voorbaat voer je
een verloren strijd.
Jij
bent verre van tijdloos,
gevangen en tegelijk
volkomen vrij
binnen die begrensde tijd
tussen jouw geboorte
en jouw dood.
Vrij
in de gevangenschap
gevangen
in de vrijheid van
De Tijd.
Vandaar wellicht
de vele dromen
fantasieën
en vooral verwoede pogingen
van gefortuneerden
voor het bereiken
van het voorgespiegelde
“eeuwig leven”.
22 augustus – 03 september 2026