Voorbij Vurige Zomer*


[Vier verse verzen van gedicht nr. VI
in het bewust bedoelde absurde]

[HARNELL:De ontnuchterende illusie dat vroeger
alles beter was – augustus 2026]

1.
Eindelijk nachtelijke regen
zachte, gestage regen
de gedroomde & reddende Zegen
van Boven.
*
Na weken verzengende hitte
uitdroging, slinkende meren
en rivieren vol wrakken, afval
beenderen, dijken met scheuren
drooggevallen rivieren en beken
en overal branden
vuur en vlammen
uit Dantes hel.

2.

Smeekbeden
voor afkoeling & regen
in bestofte & bedompte
kerken en kapellen
vol brandende kaarsen.
*
Ingezonden boodschappen
bij radio, tv en kranten
indringende verzoeken
voor zomerse Regenfeesten
en een onverwachte voorkeur
voor een midwinters
Sneeuw- en Vorstfeest:
herinnering en eerbetoon
aan vroeger
toen we kou en sneeuw
gewoon en gezellig vonden.

3.

Een vol Vurige Zomer
met weer een hittedag
na de zoveelste plaknacht
vol ademnood, zweterigheid
en slapeloosheid.
Toen had die zomernacht
zowaar en verdomd slinks
zijn drijfnatte geheugen gewist,
onder het motto:
Zie de mens!

4.
Gewoon
wissen, wegpoetsen
van niets meer weten
simpelweg
geen actieve herinneringen
en gewoon doorgaan
zonder zelfs maar
de vraag te stellen
laat staan te beantwoorden
wat het woord
gewoon
nog betekent
bij de zoveelste
ongewone zomer
van de buitencategorie:
*
Vissen
wilden vrijwillig
in de vriezer,
bosdieren
zochten koelcellen op,
vee weigerde
om geventileerde schuren
te verlaten,
vogels vluchtten
koele parkeergarages in
huisdieren gingen
aan de beademingsapparatuur
broodnodige bijenvolken
verkasten naar Bessenland
hoogbejaarden
kwijnden massaal weg
vanzelfsprekend zorgvuldig
in statistieken opgenomen
als significante oversterfte.
*
Opvallend,
Nederland had geen last
van verontwaardiging
noch van een slecht geweten
over deze reuze stapel
hittedoden.
*
Ons land ging gewoon
over tot zijn geliefde
orde van de dag.

17 – 20 augustus 2026

*Dit is het laatste gedicht van deze serie zomergedichten.