Meeuwenvlucht
I
Plots
waren alle meeuwen verdwenen.
Niemand had iets gezien of gehoord,
nergens was een vogeltrek waargenomen,
geen enkel meeuwengeschreeuw
had dag of nacht doorbroken,
had iemand doen opschrikken
of hemelwaarts doen kijken.
II
Plots
waren alle meeuwen verdwenen,
zonder aanwijsbare aanleiding of oorzaak.
Geen Meeuwenland meer.
Met opzet verdreven
of was hier sprake
van vogeltrek uit instinct,
zeilend op gunstige najaarswinden?
III
Plots
ongewone stilte,
onwennig
naar zichzelf luisterend
alsof vertrouwde ankers
waren losgeslagen.
Alleen maar stilte
waar velen in het geniep
naar hadden gesmacht,
zonder ook maar iets
van hun verboden verlangens
met anderen te delen.
IV
Plots
bleken zoemende bijengeluiden
te nadrukkelijk aanwezig,
Het vertrouwde meeuwenconcert
voor buurt en beemd
was overheersend geweest,
een blaffende hond nu al
een ware stoorzender.
V
Plots
is Meeuwenland niet meer zichzelf,
zonder meeuwen
en meeuwengeschreeuw
en zonder hun daagse dominantie.
VI
Plots
ziet Oppermeeuw zichzelf
weerspiegeld in helder water:
alleen, angstige ogen
zijn op hem gericht.
Elke tik van de tijdklok
is een aanslag
op zijn zelfbeeld.
27 – 30 augustus2025
