Gejaagd door DeTijd

[geschreven n.a.v. dit kunstwerk]

[HARNELL: Gejaagd door De Tijd, februari 2026]

1.
Een stille rondgang
op vrieskille kousenvoeten
door een smetteloze sneeuwdeken
als bijbels manna
uit nachtelijke hemelsferen
neergedaald.

2.
IJzige grondplaten
uit gestolde tijden
plaveien de paden
op dit intieme kerkhof,
verscholen tussen buurtschap,
dorpsweg met bomenrijen
en een katholiek kerkje,
zonder mystieke wonderdoening
herrezen als commercieel cluster.

3.
Een omgang
begeleid door fluisterstemmen
uit grafstenen en geweeklaag
van onaardse oorsprong.
+
Mijn aandacht valt
op een grafsteen
zonder naam, data of tekst.
Op de granieten steen
priemt een grote QR-code,
ongekend,
een ware ontwijding
bij vogelgezang
van een gevederd requiem.

4.
De mobiele QR-app
tovert terstond
een lange tekst tevoorschijn:
Mijn identiteit blijft verborgen,
onthuld worden hier
alleen mijn laatste woorden.
+
In mijn jonge jaren
leefde ik
met de vanzelfsprekendheid
van een onschuldig kind.
+
Later
kreeg dit alles
een ander karakter.
Mijn leven betekende
keer op keer
sporen volgen
en speurtochten maken
door een waar labyrint.
+
Jaren van onzeker, tastend
en angstig zoeken,
vol vertwijfeling en keuzes
met beperkte gebruiksdata.

5.
De Tijd,
die vloog voorbij
alsof zij niet bestond,
ongrijpbaar en onwerkelijk.
Plots
werd ik door een Tijdmachine
overgedragen
aan de Grijze Wolk
van zgn. onproductieven,
hedonisten-op-afroep.
+
Die herfsttijd vol kleur
bracht geen oplossing.
Nooit was er sprake
van dat unieke, lucide moment
met beslissende lichtflits
in mijn brein
leidend tot verlossing
of vrede met mezelf
in deze wereld.

6.
Als enige uitweg
zag ik
een zelfgekozen einde.
Vergeving onmogelijk,
schuldvraag overbodig.
Schuldig was ik eigenlijk
toch al vanaf dag één
en, gevoeld,
immer gejaagd en gejaagd
door De Tijd.

6 – 11 februari 2026